CU-stad is soms getuigenispartij

Vertrekkend raadslid David de Jong

Vier jaar steunfractielid voor de ChristenUnie, vijftien jaar raadslid. Voor David de Jong (48) komt volgende week een voorlopig eind aan zijn politieke loopbaan. Een gesprek over regels handhaven, prostitutie, drugs en het raadslid als ombudsman.

Sinds kort is De Jong directeur van het Gomarus College in Drachten en met deze baan valt het raadslidmaatschap niet te combineren. “Toen ik in 1994 begon als raadslid, als opvolger van Niek Tromp, hadden mijn echtgenote Rianne en ik vijf kinderen. Dan is werken én politicus zijn niet eenvoudig. Vanaf het moment dat de kinderen op school zaten, kon Rianne het prima alleen aan.”

In 2002 volgde De Jong Piet Hazekamp op als fractievoorzitter, en ging hij een dag per week minder werken. Terugkijkend zegt hij: “Als het raadslidmaatschap vreselijk werk zou zijn, dan had ik het niet zo lang gedaan. Leuk aan dit werk vond ik vooral het contact met burgers en in wijken. Als raadslid heb je onder andere een ombudsfunctie voor wie er bij de Gemeente niet doorkomt.”

“Een van de meest bijzondere gebeurtenissen in mijn raadstijd was de expositie van Andres Serano in het Groninger Museum in 1997. De ChristenUnie was nogal gepikeerd over posters met expliciete blootfoto's in de openbare ruimte. Knappe foto's, maar de boodschap die hij wilde overbrengen, was niet de onze. Hij trapte mensen op de tenen. Via de rechter hebben we die posters tegengehouden. Daarbij kregen wij de halve wereldpers over ons heen.”

“Waar ik moeite mee had en blijf houden, was de manier waarop de tippelzone is gerealiseerd. Wij werden daar in eerste instantie buiten gehouden. Ik vind het een van de verschrikkelijkste dingen als we mensen die door verslaving geen keus hebben, gelegenheid geven zich te prostitueren. Sowieso zijn wij tegen het verkopen van het lichaam voor geld.”

Beetje links
De ChristenUnie is ‘een beetje links' vertelt De Jong: “Christelijk-sociaal, je neemt het op voor mensen die in de verdrukking zitten. Daarin is het niet moeilijk om politieke partners te vinden. Als het om veiligheid gaat, wordt het lastiger. De overheid draagt het zwaard niet voor niets, vinden wij.”

“In ons werk laten wij ons leiden door God en Zijn Woord. God verbiedt seksualiteit buiten het huwelijk. Dat is zonde, en wij willen de zonde niet faciliteren. Buiten de ChristenUnie en het CDA hebben niet veel raadsleden gevoel bij dit uitgangspunt. Dan is het lastig je punt te maken. Ik zie de CU hier soms een getuigenispartij: je brengt een boodschap maar dat leidt niet tot verandering.”

Ook bijvoorbeeld op het gebied van softdrugsbeleid en verstrekking van verstrekking van gratis heroïne aan langdurig verslaafden heeft de CU een ‘afwijkend' mening. “Het heroïneproject schrijft mensen af en dat past niet in onze Christelijke visie. De ChristenUnie is tegen coffeeshops en het halfslachtige voor- en achterdeurbeleid zou moeten worden beëindigd. Softdrugsverslaving is een steeds groter probleem aan het worden. Het is een rare situatie: Groningen is slap met het toestaan, maar streng als gaat om bijvoorbeeld huisuitzetting bij wietteelt.”

Verandering

“Een leuke periode vond ik de Rekenkamercommissie, die een aantal zinvolle aanbevelingen voor sturing door de politiek heeft gedaan. Ik denk aan rapporten over CiBoGa, het Veilingterrein aan de Peizerweg, en Grondzaken. Als die aanbevelingen waren nagekomen, hadden we de kwestie Europapark, met kredietoverschrijding en een onverwacht tekort, niet gehad. Afspraken met de gemeenteraad werden door het college en de dienst RO/EZ genegeerd, en daar is de raad erg boos om geworden.”

“Ik heb veel vertrouwen in het veranderingsproces dat naar aanleiding van deze kwestie is opgestart, maar we zijn er nog niet. Niet alleen het systeem, met procedures en afspraken, moet worden veranderd, maar ook de cultuur binnen het ambtelijk apparaat.”

Korte lijnen

De Jong is blij dat Groningers door de bank genomen correct en vriendelijk met elkaar omgaan. “Spanningen tussen etnische groepen spelen hier geen rol omdat minder dan twintig procent van de bevolking niet-Nederlander is, en daaronder zijn ook nog eens veel studenten uit Europese landen. Verder is Groningen een klein stadje met korte lijnen, waar mensen elkaar veel beter kennen dan in echt grote steden. Bij gedoe met Antilliaanse jongeren, de afgelopen jaren in Beijum, wisten de burgemeester en politiechef dat een uur later.”

Hans Berens, Groninger Gezinsbode